Cornus fl. ‘Cherokee Chief’

0.00

UGS : COFCCHIE Catégorie :
Isaac Joseph Hawkersmith (1887-1963), Winchester, Tennessee, VS, 1958. Groeit aanvankelijk vrij opgaand, later breed en afstaand. Hoogte 5-6 m. Bloeit sterker naarmate de plant ouder wordt. Zeer rijkelijke bloei in april-mei met kleine, geelgroene, fertiele bloempjes omgeven door grote rozerode schutbladeren. Licht geurend. Later verschijnen er 2-4 cm grote framboosachtige vruchten die van groen naar donkerroze kleuren. De vruchten hebben een dikke schil, gevuld met eetbaar vruchtvlees en enkele zaden. Glanzende, purpergroene, ovaalvormige bladeren met een ietwat lichtere onderzijde. Donkerrode tot paarsrode herfstverkleuring. Halfschaduw en schaduw. Groeit niet goed op kalkrijke gronden, kan dan antracnose gevoelig zijn. Goed wind- en vorstbestendig.
Caractéristiques

Caractéristiques

Caractéristique Valeur
Genre Nom Latin CORNUS
Genre Nom Vernaculaire fam. Cornaceae
Espèce florida
Variété \'Cherokee Chief\'
Kruising 1 (syn. Cornus florida ‘Super Red’)
Couronne Ronde à Ovoïde oui
Couronne Colunnaire non
Port Pleureur non
Couronne Grande Et Large non
Rue étroite non
Rue Large/ D\\\\\\\'avenue non
Plantation Paysagère non
Arbe De Parc/ Solitaire oui
Littoral non
Zone Industrielle non
Supporte L\\\\\\\\\\\\\\\'ombre oui
Peu De Taillage oui
Résiste Au Revêtement Tassé non
Décoratif oui
Valeur Pour Les Abeilles, Papillons Et Oiseux oui
Résiste à La Sécheresse non
Résiste Aux Inondations Temporaires oui
Zone De Rusticité (Europe) 6b
Rusticité (°C) -20,5 tot -17,8
Description

Isaac Joseph Hawkersmith (1887-1963), Winchester, Tennessee, VS, 1958. Groeit aanvankelijk vrij opgaand, later breed en afstaand. Hoogte 5-6 m. Bloeit sterker naarmate de plant ouder wordt. Zeer rijkelijke bloei in april-mei met kleine, geelgroene, fertiele bloempjes omgeven door grote rozerode schutbladeren. Licht geurend. Later verschijnen er 2-4 cm grote framboosachtige vruchten die van groen naar donkerroze kleuren. De vruchten hebben een dikke schil, gevuld met eetbaar vruchtvlees en enkele zaden. Glanzende, purpergroene, ovaalvormige bladeren met een ietwat lichtere onderzijde. Donkerrode tot paarsrode herfstverkleuring. Halfschaduw en schaduw. Groeit niet goed op kalkrijke gronden, kan dan antracnose gevoelig zijn. Goed wind- en vorstbestendig.

Shipping & Delivery